Hoe werkt een airconditioning?
Vloeibaar
Het hart van de airconditioner is de compressor die het koelmiddel door het gesloten systeem pompt. De compressor stuwt het
vloeibare koelmiddel met hoge druk door het expansieventiel. Doordat het expansieventiel als een soort vernauwing werkt is na
deze vernauwing de druk in het systeem lager. (verdampingsdruk) Het vloeibare koelmiddel wil bij deze druk gasvormig worden
maar heeft daar verdampingwarmte voor nodig. Deze verdampingwarmte wordt onttrokken aan de verdamper (binnentoestel).
Het gevolg is dat de verdamper de lucht afkoelt die er doorheen stroomt. De ruimte waar de verdamper hangt zal dus afkoelen.
Het koelmiddel is op het einde van de verdamper gasvormig. Het gasvormige koelmiddel wordt nu opgezogen door de compressor
die het weer samenperst tot hoge druk.
Vloeibaar Bij deze druk wil het koelmiddel weer vloeibaar worden. Om vloeibaar te kunnen worden moet het gas condenseren tot vloeistof. Dit kan alleen als het gas zijn condensatiewarmte kan afgeven. Daarom laten we het gas door de condensor (buitentoestel) stromen waar de warmte wordt afgegeven aan de buitenlucht. Aan het einde van de condensor is het koelmiddel weer vloeibaar en wordt het weer door het expansieventiel geperst zodat de cyclus weer opnieuw kan beginnen.
Vloeibaar Bij deze druk wil het koelmiddel weer vloeibaar worden. Om vloeibaar te kunnen worden moet het gas condenseren tot vloeistof. Dit kan alleen als het gas zijn condensatiewarmte kan afgeven. Daarom laten we het gas door de condensor (buitentoestel) stromen waar de warmte wordt afgegeven aan de buitenlucht. Aan het einde van de condensor is het koelmiddel weer vloeibaar en wordt het weer door het expansieventiel geperst zodat de cyclus weer opnieuw kan beginnen.